Bram van Blijdesteijn,
mede-eigenaar Blijdesteijn Mode:

‘Klanten waarderen de persoonlijke aandacht die ze bij ons krijgen’

Uit het hele land weten modebewuste consumenten de weg te vinden naar het hart van de Betuwe, naar Tiel om precies te zijn. Daar huist al ruim een eeuw lang het modehuis van de familie Van Blijdesteijn. Mede-eigenaar Bram van Blijdesteijn (40), telg van de zesde generatie, geniet nog elke dag van wat hij zelf ‘winkeltje spelen’ noemt. “In deze tijden van online shoppen onderscheiden we ons met oprechte aandacht voor de klant.”

De wortels van het familiebedrijf gaan terug tot de achttiende eeuw, als in 1772 in het Duitse Andernach Herman Freudestein wordt geboren. Omdat in Duitsland aan het einde van die eeuw sprake is van een golf van jodenvervolgingen, besluit de joodse koopman Herman te voet naar het verdraagzamer geachte Nederland te trekken. Uiteindelijk komt hij terecht in Ophemert, in de Betuwe. Zijn naam verhollandst hij al snel tot Hijman van Blijdesteijn, en samen met zijn vrouw Maria Cohen begint hij in 1833 een winkel in stoffen en manufacturen.

Trouwe klantenschare
“Dit jaartal markeert het officiële begin van de geschiedenis van ons familiebedrijf”, vertelt Bram. “Later worden ook Hijmans zonen Samuel en Emanuel actief binnen het dan nog jonge bedrijf. Zij gaan veelvuldig ‘de boer op’, met de kruiwagen. Stel je even voor: in die tijd waren er in deze regio nog nauwelijks verharde wegen; het platteland bestond voornamelijk uit zandwegen en –paden. In het voorjaar en de zomer wemelde het van de marskramers die de boerderijen bevoorraadden. Maar in de herfst en de winter, als het weer omsloeg, zag je ze niet of nauwelijks. Samuel en Emanuel lieten zich niet tegenhouden door de kou en regen; in weer en wind trokken ze erop uit om ook de verafgelegen boerderijen te bevoorraden. Dat werd gewaardeerd, en die vastberadenheid zorgde voor een enorm trouwe klantenschare.”

Bram van Blijdesteijn familie en bedrijf persoonlijke aandachtPersoonlijke aandacht
In 1915 besluit Elias van Blijdesteijn, zoon van Samuel, met het bedrijf naar het centraler gelegen Tiel te verhuizen; van daaruit kan het bedrijf een groter werkgebied bedienen. In 1920 volgt de eerste fysieke winkel, waarna de stoffen- en manufacturenhandel in de loop van de twintigste eeuw uitgroeit tot een modehuis met een landelijk bekende naam. Eén ding is volgens Bram (die het roer in 2011 overnam van zijn vader Franklin) in al die jaren niet veranderd: de grote aandacht voor de klant. “Net zoals onze verre voorouders altijd nét dat stapje extra wilden zetten voor de klant, proberen wij datzelfde te doen in onze winkel in Tiel. Bij ons begroeten we onze klanten en helpen we hem of haar met stijladvies op maat. We willen onze klanten echt leren kennen.” Die persoonlijke aanpak werpt zijn vruchten af; van Ameland tot Maastricht, de klanten van Blijdesteijn bevinden zich anno 2016 door het hele land. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met de regelmatig verschijnende advertenties in grote landelijke dagbladen, denkt Bram. “Bovendien hebben we ons gespecialiseerd in een aantal nichemarkten, waaronder mode voor bruidsmoeders en bruidegoms en dames- en herenkleding in grote maten. Ook hebben we een groot assortiment op het gebied van business, met pakken in alle prijsklassen. Klanten kunnen bij ons voor alle soorten kleding terecht, maar op deze gebieden hebben we ons gespecialiseerd. Die focus zorgt ervoor dat mensen ons goed weten te vinden.”

Jeuj-moment
Het aantal klanten dat online shopt voor kleding, neemt al jaren toe. Wie op internet op zoek gaat naar een webwinkel van Blijdesteijn Mode, komt echter van een koude kermis thuis. Een bewuste keuze, benadrukt Bram. “Van grote jongens als Zalando win je het online toch nooit. Liever onderscheiden we ons met een groot assortiment, met meer dan 220 kwaliteitsmerken, en met – ik noemde het al – aandacht voor de klant. In de commercials van Zalando zie je mensen met een gilletje de deur openen; een echt ‘jeujmoment’, zoals ik het maar even zal noemen. Maar zodra de pakketbezorger weg is, heb je alleen nog maar een doos met kleding in je handen. Kleding die bovendien vaak voor het overgrote deel weer retour gaat, met alle rompslomp en gedoe van dien. Wij bieden de klant een ‘jeuj-moment’ van een half uur. Zodat hij na dat half uur ook echt tevreden naar huis gaat met kwaliteitskleding die bij hem past.”

Geen eenheidsworst
Bram werkt sinds 2001 in het familiebedrijf, en ook zijn jongere broer Max (38) en zus Anne-Eva (34) zijn als de zesde generatie actief binnen Blijdesteijn. “We bezoeken veel beurzen in binnen- en buitenland en houden de laatste mode uiteraard goed bij. Kijk eens naar de winkelstraten in de grotere steden; vond je daar vroeger veel exclusieve modezaken, tegenwoordig is het toch vooral eenheidsworst dat de klok slaat. Wij proberen ons daarvan te onderscheiden door voortdurend te zoeken naar nieuwe merken. En door kleding te verkopen die misschien wat duurder is dan in grote ketens als H&M en Zara, maar die wél lang goed blijft.” Blijdesteijn blijft bewust weg van kleding die wordt geproduceerd in lagelonenlanden als Bangladesh, benadrukt Bram. “We werken alleen met A-merken die bewezen duurzaam werken, en die certificaten kunnen overleggen op het gebied van zaken als milieu en arbeidsomstandigheden. Tegelijkertijd realiseer ik me dat de hele discussie rond zaken als veiligheid en kinderarbeid heel complex is. Voor mensen in die landen is werken in een kledingfabriek vaak nog niet eens de slechtste optie, betere alternatieven zijn vaak simpelweg niet voorhanden. Het is gemakkelijk om door een westerse bril te kijken naar regio’s elders in de wereld, maar veel mensen daar zijn allang blij als ze überhaupt íets kunnen verdienen om hun gezin te onderhouden. Uiteindelijk begint en eindigt het met de westerse consument die die spijkerbroek van tien euro wil blijven kopen.”

Bram van Blijdesteijn familie en bedrijf kledingbankKledingbank

Dichter bij huis maakt Blijdesteijn werk van duurzaamheid door te investeren in de 3.500 vierkante meter tellende winkel, die in 2012 in gebruik werd genomen. “Voor de verwarming en koeling van het pand maken gebruik van warmtekoudeopslag, en de roltrappen – die pas gaan lopen zodra er mensen aankomen – wekken tijdens het afremmen hun eigen energie op. Verder is het pand voorzien van een innovatieve ‘bubbeldekvloer’, waardoor er tijdens de bouw zo’n 40 procent op het beton is bespaard. Binnenkort investeren we bovendien in zonnepanelen.” Ook op sociaal gebied onderscheidt Blijdesteijn zich in positieve zin. “We werken nauw samen met de plaatselijke kledingbank. Oude collecties schenken we graag aan mensen met een minder ruime portemonnee. En mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen bij ons een mooi pak of mantelpak lenen als ze een sollicitatiegesprek hebben. Op die manier dragen we ons steentje bij aan de lokale samenleving.”

Opvolging
Bram is nu zelf 40; zijn oudste dochter – tevens het oudste kleinkind – is pas 6. “Voorlopig is de zesde generatie dus nog wel even aan zet”, lacht Bram. “Of mijn kinderen het familiebedrijf straks kunnen en willen overnemen? Dat zien we tegen die tijd wel. De keuze is uiteindelijk aan hen, net zoals mijn vader ons ook altijd vrij heeft gelaten. Wij doen er in elk geval alles aan om ons modehuis gezond te houden. Zolang mensen kleding willen blijven kopen in een prettige omgeving aan de hand van passend advies, zie ik de toekomst positief in. Ik geniet zelf sowieso nog altijd enorm van het ‘winkeltje spelen’, dus dáár zal het niet aan liggen.”

 

Artikel in Magazine Familie & Bedrijf, juni 2016
Tekst Joost Peters | Foto’s Marcel Bakker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *